College voor de
Beroepen en Opleidingen
in de Gezondheidszorg

Advies eerstelijnszorg

Begin mei 2010 is het CBOG-advies over de eerstelijnszorg uitgekomen, met de titel: Nieuwe uitdagingen voor zorgverleners in de eerstelijn; eerstelijnszorg in CBOG-perspectief. Het advies is in opdracht van VWS geschreven.

Het CBOG pleit in dit advies voor een sterke eerstelijnszorg waarin zorgvragers snel op de juiste plaats en door de juiste zorgverleners worden behandeld. De eerstelijn is een schakelpunt tussen zelf- en mantelzorg aan de ene en professionele zorg aan de andere kant. Nadrukkelijk is gekozen voor de term eerstelijnszorg en niet voor eerstelijns gezondheidszorg. Dit om recht te doen aan een breed scala van klachten, aandoeningen en beperkingen, die kunnen liggen op het terrein van zorg, welzijn en welbevinden. De grens tussen medische zorg en maatschappelijke (community) zorg vervaagt. Bovendien is deze zorg dicht bij de mensen georganiseerd.

Wat is de aanleiding?
De eerstelijnszorg krijgt de komende jaren te maken met een toenemende en veranderende zorgvraag. Meer mensen willen langer zelfstandig in de thuissituatie blijven, waarbij de kwaliteit van leven centraal staat. In de thuissituatie zijn mensen meer op de eerstelijnszorg aangewezen. Deze verandering vraagt een betere afstemming en organisatie van zorg, welzijn en wonen. Meer multidisciplinaire samenwerking en samenhang is noodzaak, zowel beroepsinhoudelijk als qua organisatievormen. Dat vraagt weer nieuwe competenties, vernieuwde opleidingen en andere scholingsmogelijkheden.

Wat is het probleem?
Het probleem is de beschikbaarheid op lange termijn van voldoende toegankelijke hoogwaardige eerstelijnszorg. Er is onduidelijkheid over de regierol bij de zorgvrager maar ook bij de betrokken zorgverleners. Bovendien bestaat er onduidelijkheid over de bekostiging en taakstelling inzake preventie en de rol van de gemeenten hierbij (WMO).Het gaat naast chroniciteit om moeilijk te duiden klachten die soms onnodig ‘medisch worden ingestoken’, waardoor niet altijd de juiste zorg en ondersteuning wordt geboden. Er is veel psychosociale/psychische problematiek die niet altijd juist wordt geadresseerd. Cultuuraspecten en ‘oud gedrag’ zijn hardnekkig en daardoor moeilijk te beïnvloeden.

Wat zijn de oplossingsmogelijkheden?
Er zijn meer oplossingen te bedenken:

  • lucratief maken van de samenwerking op het terrein van preventie, cure en care, inclusief de bekostiging
  • opleidingen verrijken met interdisciplinaire en intersectorale onderdelen
  • verder implementeren en borgen van digizorg
  • inspelen op diversiteit van de zorgvraag en zorgvrager en de mantelzorger erbij betrekken: meer gelijkwaardigheid met eigen regie voor zorgvrager
  • onderzoeken van de benodigde randvoorwaarden respectievelijk de effecten van de voorgestelde oplossingsrichtingen.

Wat zijn de gevolgen voor de zorgverlener?
De zorgverlener moet uitgaan van de zorgvrager en vooral zijn omgeving erbij betrekken. Zorgverleners moeten een andere attitude ten opzichte van de zorgvrager ontwikkelen en eigen maken: ze moeten focussen op zijn zorgvraag en op zijn welbevinden en niet alleen op zijn ziekte(n). Het is zaak professionaliteit en ondernemerschap te tonen, d.w.z. open en transparant zijn naar de zorgvrager. Daarvoor is een houding nodig op basis van gelijkwaardigheid, meer openheid tussen de zorgverleners onderling en de bereidheid verantwoording af te leggen.

Wat is het advies van het CBOG?
Een cultuur- en gedragsverandering is een absolute voorwaarde; het gaat om een andere wijze van denken en doen! Komende jaren zal nader invulling moeten worden gegeven aan de alom aanvaarde noodzaak van een paradigmashift in de zorg. Hiervoor kan veel meer dan nu het geval is, gebruik worden gemaakt van de bekostigingsstructuur (denken in functionaliteiten).

Verdere uitwerking van de genoemde paradigmashift moet plaatsvinden op het niveau van de beroepenstructuur. De paradigmashift moet met name z’n beslag krijgen in een heldere formulering van competentieprofielen die de basis kunnen zijn voor herziening van het opleidingskader. Integrale zorg (preventie, cure, care) houdt zowel multi- en interdisciplinair als intersectoraal samenwerken in, en dat begint bij het onderwijs en de opleidingen. Zorgverleners kunnen het zorgproces veranderen via de verzekeraars en de overheid, mits voldoende ondersteund en gefaciliteerd door het management op de verschillende niveaus. Innovatie zou daarom ook nadrukkelijker een plek moeten krijgen in het curriculum. Een paradigmashift van het zorg- en werkproces betekent ook een paradigmashift van het opleidingsbeleid, qua inhoud en vorm. En dat is een belangrijke en noodzakelijke innovatie.

Hoe nu verder?
Het rapport is een eerste globale verkenning van benodigde competenties en randvoorwaarden in de eerstelijnszorg, die komende jaren nader ingevuld en geconcretiseerd moeten worden. Het CBOG heeft in zes aanbevelingen enkele oplossingsrichtingen aangegeven waarbij ook de betreffende probleemeigenaren genoemd worden. Uiteraard zal het CBOG ook een bijdrage leveren aan de uitwerking daarvan.